Om te komen tot een goede Wide Field foto in RGB of in HaRGB zijn er ruwweg zes stappen die gemaakt moeten worden:
1. Keuze van de apparatuur
2. Het bouwen/samenstellen van de montering
3. Het kiezen van een object
4. Het afstellen van de montering op de waarneemplek
5. Het maken van de vier soorten foto's
6. Nabewerking van de foto's met software
Er van uitgaande dat punt 1 t/m 4 al zijn volbracht en uitgevoerd ga ik wat dieper in op punt 5 en 6.
5. Het maken van de vier soorten foto's

Er moeten minimaal vier soorten foto subs (onderlinge foto) gemaakt worden. Twee soorten foto's dienen op de waarneemlocatie genomen te worden onder dezelfde omstandigheden en twee soorten foto's kunnen op een ander moment en temperatuur genomen worden. Deze foto's worden als volgt genoemd: Lights, Darks, Biases en Flats en vormen te samen de uiteindelijk foto. Als voorbeeld hieronder de vier soorten foto's (subs) waarmee de First Light tot stand is gekomen.
5a. Lights - ​​​​​​​Dit zijn eigenlijk gewone foto's zoals je die ook maakt van een avond- of nachtscene in bijvoorbeeld een verlichte stad; statief, lange sluitertijd, hogere ISO en een lichtsterk objectief of telescoop. De kunst is om zo veel mogelijk licht te vangen (hemel is redelijk donker). Sluitertijden van enkele seconden tot 5 minuten zijn geen uitzondering. Daar je eigenlijk nog meer licht nodig hebt moet je wel 100 of meer van deze foto's maken. Als er in plaats van een kleurencamera een mono camera gebruikt wordt moeten er Lights gemaakt worden voor elke kleur door middel van een rood, groen en blauw filter.
Aangezien ik een normale onaangepaste camerasensor gebruik die golflengtes van waterstofemissienevels (Ha) tegenhoudt is het ook wenselijk een aantal Lights te maken met een H-alpha 12nm filter waardoor de waterstofnevels met de kenmerkende rode kleur beter naar voren komen. De Ha-Lights worden gecombineerd met de RGB-Lights die dan samen een HaRGB afbeelding vormt.

Afbeelding 5a - Voorbeeld van een Light (zonder H-alpha 12nm filter)

5b. Darks - Dit zijn foto's die we calibratiefoto's noemen (net als de foto's genoemd onder punt 5c en 5d). Darks worden gemaakt om zogenaamde 'amp glow' en 'hot pixels' van de sensor vast te leggen zodat deze in het stacking proces van de Lights worden afgetrokken. Deze foto's zijn donker omdat deze foto's met de lensdop op het objectief of telescoop genomen moeten worden. De sluitertijd, ISO en temperatuur moeten dezelfde zijn als op 'locatie'. Het aantal mag beperkt worden tot 40 foto's.
Om het effect duidelijker te laten zien is de originele Dark foto met 5 stops overbelicht en de hooglichten met 20% verhoogd in Adobe Lightroom Classic. 

Afbeelding 5b - Voorbeeld van een Dark

5c. Biases - Ook biasfoto's moeten gemaakt worden met de lensdop op het objectief of telescoop. De sluitertijd moet de snelste sluitertijd zijn die voorhanden is op de camera, bijvoorbeeld 1/8000 sec. ISO en temperatuur doet niet ter zake. Deze foto's worden gemaakt om ruis welke veroorzaakt wordt door de sensorelektronica te verwijderen tijdens het stacking proces. Deze foto's zijn uiteraard ook donker en er worden er ongeveer 40 stuks gemaakt.
Om het effect duidelijker te laten zien is de originele Bias foto met 5 stops overbelicht en de hooglichten met 20% verhoogd in Adobe Lightroom Classic.

Afbeelding 5c - Voorbeeld van een Bias

5d. Flats - Flats zijn foto's die het stof en vuil op de sensor alsmede de lichtafval (vignettering) van het objectief of telescoop (optische trein) laten zien. Tijdens het stacking proces worden er door middel van softwaremaskers deze onvolkomenheden verwijderd. De voorzijde van het objectief wordt met een stuk wit laken of t-shirt afgedekt en naar een gelijkmatige lichtbron (lucht of raam) gericht. De camera moet op de diafragmavoorkeuze ingesteld worden met het diafragma op de waarde die op de 'locatie' is gebruikt. Ongeveer 40 foto's zijn genoeg.

Afbeelding 5d - Voorbeeld van een Flat

Uiteraard worden de Lights en Darks niet met de vinger op de sluiterknop gemaakt indien gebruik wordt gemaakt van een DSLR of mirrorless camera. Daar dit in de eerste instantie een erg saaie bezigheid is is het ook verstandig om beweging van de camera en mount te voorkomen.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van 'camera control' software of een gewone intervalometer. Camera Control software zoals N.I.N.A. zorgt er voor dat er automatisch bijvoorbeeld 100 keer een foto wordt gemaakt met 120 sec belichtingstijd. Dit wordt ook wel een sequence genoemd. Er kunnen sequences gemaakt worden voor elk type foto en filtercombinatie zoals met een H-alpha 12nm filter.
Na één of meerdere foto's in de sequence kan er eventueel een 'dithering' proces worden uitgevoerd. Dit proces zorgt er voor dat de sensor een paar pixels wordt verschoven voordat er een nieuwe foto wordt gemaakt en heeft tot gevolg dat het uiteindelijk ruisniveau flink wordt verlaagd. Zie afbeelding 5e.

Afbeelding 5e - Uitsnede uit het softwareprogramma N.I.N.A. welke onderin een sequence laat zien.

6. Nabewerking van de foto's met software

Nadat deze foto's gemaakt zijn denk je bij jezelf: "Daar gaat nooit een goede foto uit komen". Het tegendeel is waar. De vier soorten foto's worden geopend met stacking (stapel) software zoals SiriL en dan begint de magie. Deze software gaat bewerkingen uitvoeren en stapelt de foto's zodanig dat er een samengevoegde foto ontstaat waar veel data in verborgen zit. De foto is geroteerd en uitgesneden t.o.v. de subs. Te zien is dat het ruisniveau flink verlaagd is en de vignettering en lichtvervuiling is verdwenen. Zie afbeelding 6a.

Afbeelding 6a - De samengestelde foto met plate solve informatie (namen deep sky objecten) er op geprojecteerd die voortkomt uit het stacking process in SiriL.

Die foto moet nog wel met fotobewerkingssoftware bewerkt worden zoals specialistische astrosoftware en/of Adobe Lightroom/Photoshop. Op de volgende pagina laat ik de First Light zien van de montering die met de bovenstaande stappen is gemaakt.
Back to Top